Dit is het eerste in een serie artikelen waarin ik het boek “de geestelijke mens” van Watchman Nee zal samenvatten. – volgende keer: Geest en ziel.
gzl
Geest, ziel en lichaam

De gangbare idee van hoe mensen in elkaar zitten gaat uit van een tweedeling, ziel en lichaam. Daarbij staat de ziel dan voor het onzichtbare, innerlijke, geestelijke deel, terwijl het lichaam staat voor het tastbare zichtbare deel. Hier zit enige waarheid in, maar toch is het onnauwkeurig. Deze opvatting komt van de gevallen mens, niet van God. Natuurlijk is het lichaam de uitwendige kant van de mens, maar de Bijbel haalt nooit geest en ziel door elkaar als identieke grootheden. Geest en ziel hebben verschillende naturen.
 
Het Woord van God onderscheidt de mens in drie delen, geest, ziel en lichaam (1 Thes. 5:23). Het scheiden van geest en ziel, zoals God in Zijn Woord doet, is ook voor ons van het grootste belang. Immers hoe kan een gelovige het geestelijk leven begrijpen als hij geen kennis heeft van de omvang van de geestelijke wereld? Hoe kan hij ooit geestelijk groeien zonder dit begrip? Als de mens in een zielse staat blijft zoekt hij niet naar wat geestelijk is.
 
Zo is dan geestelijke kennis belangrijk voor ons geestelijk leven. Dat gezegd hebbende: het is voor een gelovige net zo belangrijk, misschien wel belangrijker, om nederig en gewillig de onderwijzing van de Heilige Geest te aanvaarden. De Heilige Geest zal hem dan de ervaring van de scheiding van geest en ziel schenken.
 
Voor de gelovigen die deze ervaring niet hebben is het goed om hen in te leiden in de kennis van de verschillende functies van geest en ziel en hen dan te bemoedigen om op zoek te gaan naar wat geestelijk is. De Geest van God gebruikt het Woord om geest en ziel te scheiden (Hebr. 4:12). Zo gebruikt de Heer Jezus zijn Woord om door te dringen in wat van de geest, wat van de ziel en wat van het lichaam is. Geest en ziel kunnen dus worden gescheiden, en moeten derhalve wel verschillende naturen hebben.


Laten we eens kijken naar wat de Bijbel hier over zegt:
De schepping van de mens
Toen God de mens had gemaakt – uit het stof van de aardbodem – “blies hij Zijn levensadem in zijn neus; alzo dan werd de mens een levende ziel” (Gen. 2:7 SV). Zodra deze levensadem van God, die de geest van de mens werd, in aanraking kwam met het lichaam, werd de ziel voortgebracht. Zo is de ziel de combinatie van geest en lichaam van de mens. Daarom heet in de Bijbel de mens een “levende ziel”. De geest van de mens mag niet worden verward met Gods Heilige Geest. Uit Romeinen 8:16 blijkt dat er een duidelijk verschil is.
 
Het lichaam zonder de geest (levensadem) was dood, maar door de geest werd het levend. Dat wat toen tot leven werd geroepen, is de ziel. Geest, ziel en lichaam van de mens werden nauw met elkaar verweven. En het verbindend element, de ziel, bepaalde de individualiteit van de mens. Vergelijk het met deze (onvolkomen) vergelijking: water, waaraan kleurstof wordt toegevoegd, wat onstaat noemen we “inkt”. Ongeveer zo gaan lichaam en geest samen om samen deze “levende ziel” te vormen.
 
In de Bijbel worden mensen ook wel als “zielen” aangeduid. Waarom? Omdat de ziel de uitdrukking is van wie de mens is. De ziel is het orgaan van de vrije wil. Als de ziel van de mens gewillig God wil dienen, zal ij de geest toestaan over de mens te heersen, zoals God het heeft bedoeld. De ziel kan, als de mens daarvoor kiest, ook de geest onderdrukken en ergens anders behagen in scheppen.
 
In de verbondenheid met de Heer Jezus is het voor ons nu al mogelijk om onze geest te laten heersen over onszelf, naar Gods bedoeling. We zijn  niet verbonden met de eerste Adam, die een levende ziel werd, maar met de laatste Adam, Die een leven-gevende geest is (1 Kor. 15:44-45).
 
Afzonderlijke functies van geest, ziel en lichaam
Met ons fysieke lichaam staan we in contact met de wereld om ons heen. Het lichaam geeft ons “wereld-bewustzijn”. De ziel bevat het intellect, dat ons helpt in de staat van ons bestaan, en de emoties die voortkomen uit de zintuigen. De ziel openbaart onze persoonlijkheid en geeft ons “zelf-bewustzijn”. De geest is het deel waarmee wij gemeenschap hebben met God; alleen hierdoor kunnen we Hem begrijpen en aanbidden. Omdat de geest ons bewust maakt van onze relatie met God wordt de geest ook wel het element van “God-bewustzijn” genoemd. God woont in de geest, het zelf woont in de ziel, de zintuigen wonen in het lichaam.
 
Het lichaam staat in contact met de wereld, de geest met de geestelijke wereld. De ziel staat tussen beide in en behoort toch tot beide. Omdat zij ook de eigen wil bevat kan de ziel uit haar omgeving kiezen. De geest kan het lichaam niet direct besturen, maar heeft hiervoor een tussenpersoon nodig. Die tussenpersoon is de ziel. Daar zit ook de keuze van de mens; via het lichaam naar de wereld, of zich ondergeschikt maken via de geest aan Gods Geest. Zo is de ziel de belangrijkste factor van de mens omdat zij de geest en het lichaam bij elkaar moet houden en ze ieder afzonderlijk in hun oorspronkelijke staat moet houden. Voor de zondeval was de kracht van de ziel geheel onder heerschappij van de geest.
Samenvattend: de ziel is de plaats van de wil, het verstand en de emotie van de mens. Zoals de geest wordt gebruikt om te communiceren met de geestelijke wereld en het lichaam met de natuurlijke wereld, zo staat de ziel daar tussen en oefent zijn kracht uit om te beslissen of de geestelijke, dan wel de natuurlijke wereld zal regeren. Ook staat de mens soms onder regie van het verstand om een ideologische wereld te scheppen, die regeert. Om de geest te laten heersen moet de ziel zijn toestemming geven, de geest kan immers zelf het lichaam niet besturen, noch de ziel. Die beslissing is dus aan de ziel, die immers de vrije wil omvat.
 
De ziel is de spil waar het gehele wezen van de mens om draait. Immers de ziel heeft de macht om te kiezen voor heerschappij van de geest, of voor heerschappij van de wereld over de mens. Het is Gods verlangen dat de mens er voor zal kiezen om zich nederig via de geest te onderwerpen aan de Heilige Geest, aan God. Het is de wil van de mens, die in de ziel huist, die dit bepaalt en hierin de keuze maakt. Daarom noemt de Bijbel de mens een “levende ziel”.
 
De heilige tempel en de mens
Weten jullie niet dat je Gods tempel bent en dat de Geest van God in jullie woont? vraagt Paulus (1 Kor. 3:16). Zoals God vroeger in de tempel woonde, zo woont de Heilige Geest nu in ons. Dit maakt een interessante vergelijking mogelijk. 
 
De tempel was verdeeld in drie delen. Het eerste is de voorhof, die gezien en bezocht kan worden door iedereen. Alle externe verering vindt hier plaats. Verder naar binnen vinden we het Heilige, waar alleen de priesters naar binnen mogen en waar zij olie, wierook en brood offeren aan God. Zij zijn heel dicht bij God, maar toch niet het dichtst, want zij staan nog steeds buiten het voorhangsel. God woont in het diepste binnenste, het Heilige der Heiligen, waar geen mens mag binnengaan, behalve de hogepriester, en dan nog slechts één maal per jaar. Dit duidt erop dat geen mens kan vertoeven in het Heilige der Heiligen, althans niet voordat het voorhangsel gescheurd was.
 
Terug naar de mens als tempel van God. Het lichaam is de voorhof en neemt een externe, voor iedereen waarneembare positie in. Hier moet de mens al God geboden gehoorzamen. Hier dient Gods Zoon als Vervanger en sterft voor de mensheid. Binnenin is de ziel die het innerlijk leven van de mens vormt met de wil, het verstand en het gevoel. Daar is de ziel het Heilige, waar de mens God kan dienen zoals de priester vanouds deed. In het diepste binnenste, achter het voorhangsel, ligt het Heilige der Heiligen, waar geen menselijk oog ooit heeft aanschouwd. Het is de plaats waar God woont en kan door de mens niet worden bereikt zonder dat God het voorhangsel wil scheuren. Het is de geest van de mens.
 
Dit alles is een afbeelding van de wedergeboren mens. In zijn geest heeft God woning gemaakt, zodat Hij alles kan dragen door het geloof van de mens, boven het zicht, gevoel of begrip uit. De ziel wordt ruimschoots verlicht door gedachten en leerstellingen, kennis en begrip. Het lichaam is als de voorhof, doordat haar daden voor iedereen zichtbaar zijn.
 
De volgorde die God ons aangeeft is niet “ziel geest en lichaam”, niet “lichaam ziel en geest”, maar “geest, ziel en lichaam”. De geest is het voornaamste deel, het lichaam het minst belangrijk. De ziel staat daartussen en wordt er dus tussenin genoemd. Zo is het beeld van de tempel ook en kunnen we hierdoor de wijsheid van de Bijbel weer meer waarderen.
 
Nu vindt alle tempeldienst plaats rondom het Heilige der Heilige, om reden van het feit dat God daar woont. Alle activiteiten in het Heilige en in de voorhof zijn gericht op de aanwezigheid van de Almachtige God.
 
Zo is het in de toepassing ook. Het mag lijken alsof onze ziel alles bedenkt wat ons lichaam uitvoert. Maar voor de val van de mens werd de ziel bestuurd door de geest. En dat is de volgorde die God nog steeds wil: eerst de geest, dan de ziel, dan het lichaam.
Share Button