Dit is het zevende in een serie artikelen waarin ik het boek “de geestelijke mens” van Watchman Nee zal samenvatten. – volgende keer: De trots van het vlees.

kruis_Heilige_GeestVele, misschien wel de meeste gelovigen, werden niet vervuld met de Heilige Geest op het moment dat zij gingen geloven in de Heer. Zelfs na jaren zijn zij nog vleselijke christenen. In dit gedeelte staan we stil bij hoe zij kunnen vrijkomen van hun vlees. We willen hier niet zeggen dat het plaatsvervangend werk van het kruis eerst geheel moet worden gekend en geloofd voordat een christen kan geloven in het vereenzelvigend werk. Het lijkt echter zo te zijn dat velen slechts een vaag beeld hebben van het werk van het kruis. Wat zij hebben ontvangen is een half beeld, de helft van de waarheid, dus zijn zij genoodzaakt de andere helft later te ontvangen. Dit hoeft niet altijd zo te zijn; een tweede geloofservaring is alleen noodzakelijk als het begin onvolledig is geweest.

De bevrijding door het kruis
In Galaten 5 somt Paulus vele daden van het vlees op, en nadat hij dat heeft gedaan schrijft hij “wie Christus Jezus toebehoren hebben het vlees en zijn hartstochten gekruisigd” (Gal.5:24). Dit is verlossing. We vinden hier een groot contrast tussen de zaken waar de mens zich mee bezighoudt, namelijk de “werken van het vlees” (Gal.5:19) en dat waar God zich mee bezighoudt, met “het vlees” zelf. En als die boom ter dood was gebracht, zou er dan nog aanleiding zijn om te vrezen dat hij vruchten zou voortbrengen? Christenen maken zich maar al te vaak druk met het afrekenen met zonden (die de vruchten zijn), terwijl men vergeet af te rekenen met het vlees zèlf, dat de wortel is.
Zuigelingen in Christus moeten zich de diepere betekenis van het kruis eigen maken, omdat zij nog steeds vleselijk zijn. Het doel van God is om hen die Jezus kennen zover te brengen dat zij “het vlees met al zijn hartstochten en begeerten gekruisigd hebben“. Zoals de zondaar werd wedergeboren en verzoening ontving voor zijn zonden, zo moet  het vleselijk kind in Christus nu worden bevrijd van de heerschappij van het vlees door datzelfde kruis, zodat hij naar de Geest kan wandelen en niet langer naar het vlees! Dan duurt het ook niet lang meer voor hij een geestelijk christen wordt.
Hier zien we hoe het kruis en de zondeval perfect in elkaar passen. Allereerst stierf Christus aan het kruis ter verzoening van zijn zonde, zodat een rechtvaardig God hem kon vergeven. En in de tweede plaats stierf ook de zondaar mét Christus opdat hij niet meer zou worden beheerst door zijn vlees. Dit alleen kan de geest van de mens in staat stellen om zijn leidinggevende positie in verbinding met de levende God weer in te nemen, de ziel tot zijn huismeester te maken en het lichaam tot zijn uitwendige dienstknecht. Op die manier zijn geest, ziel en lichaam hersteld in hun oorspronkelijke scheppingsorde! Wie onwetend is van de betekenis van de dood hierin, vindt geen bevrijding. Moge de Heilige Geest onze “Openbaarder” zijn.
Zij die Christus Jezus toebehoren” (Gal.5:24) verwijst naar elke gelovige in de Heer. Allen die in Hem geloven zijn wedergeboren en behoren Hem toe. Bepalend is of iemand een levende relatie met de Heer heeft, niet hoe geestelijk hij is, wat voor werk hij doet, of wat ook. De vraag is slechts: is iemand wedergeboren of niet? Als dat zo is, zo leert deze tekst ons, dan IS zijn vlees gekruisigd, ongeacht zijn geestelijke situatie (overwinning of nederlaag).
De betekenis van de tekst is niet ‘gaan kruisigen’, niet ‘in het proces van kruisigen zijn’ maar die van “heeft gekruisigd“. Deze voltooide kruisiging hangt niet af van ervaringen, niet van enig werk, doch alleen van het volbrachte werk van Jezus Christus. “Zij die Jezus Christus toebehoren” (of ze nou zwak of sterk zijn) “hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd“.
U zegt dat u nog zondigt, maar God zegt u dat u bent gekruisigd aan het kruis.
U zegt dat uw humeur niet verbeterd, maar God zegt dat u bent gekruisigd.
U zegt dat uw zinnelijke lust erg krachtig blijft, maar wederom antwoord God dat u bent gekruisigd.
Wilt u op dit moment nu eens ophouden met zien op uw omstandigheden en gaan luisteren naar Gods Woord? Als u niet luistert naar Zijn Woord en dagelijks op uw eigen situatie blijft zien, dan zult u nooit binnentreden in de realiteit dat uw vlees is gekruisigd aan het kruis.
Negeer uw gevoelens en ervaringen. God verklaart uw vlees gekruisigd…. daarom IS het gekruisigd.
Waar God zegt: “uw vlees is gekruisigd”, dan is uw antwoord: “AMEN”!
De gelovigen in Korinthe hadden zich overgegeven aan allerhande zonden als overspel, jaloezie, wedijver, etc. Ze waren zonder enige twijfel vleselijk, zuigelingen in Christus; en toch behoorden ze Hem toe. Kan het echt van hen gezegd worden dat hun vlees was gekruisigd? Het antwoord is een volmondig “JA”. Hoe kan dat? We moeten ons realiseren dat Gods Woord nooit zegt dat wij zelf ons vlees moeten kruisigen, het informeert ons slechts DAT wij gekruisigd zijn! Dit was niet een individuele kruisiging, maar een kruisiging met Christus (Gal.2:20, Rom.6:6). Daarmee is het moment van Jezus’ kruisiging ook het moment dat ons vlees werd gekruisigd. Hij nam ons vlees mee aan het kruis, waardoor God ons vlees als reeds gekruisigd beschouwt. Voor Hem is dit een voldongen feit. Wij moeten dus Gods Woord geloven. “God zegt dat mijn vlees is gekruisigd, dus dan geloof ik ook dat het gekruisigd is. Ik erken dat wat God zegt de Waarheid is”. Wij zullen dan zijn Waarheid gaan ervaren.
Vanuit Gods perspectief hadden de mensen uit Korinthe hun vlees gekruisigd met Jezus aan het kruis; maar vanuit hun persoonlijk oogpunt hadden zij die ervaring niet persoonlijk. Daarom is de eerste stap ook om het vlees te behandelen overeenkomstig Gods perspectief. Dus niet te proberen het vlees te kruisigen, maar te erkennen dat het gekruisigd IS. Niet door te wandelen naar onze eigen inzichten, maar naar ons geloof in Gods Woord. Om onze mede-kruisiging te ervaren, moeten we onze huidige situatie aan de kant zetten en eenvoudig vertrouwen op de Waarheid van Gods Woord.
De Heilige Geest en de ervaring
Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten … in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen; maar thans zijn wij … dood…” (Rom.7:5-6). Hierdoor heeft het vlees verder geen heerschappij meer over ons.
Nu wij geloofd en erkend hebben dat ons vlees is gekruisigd kunnen we onze aandacht richten op de zaak van de ervaring. Nu pas, niet eerder. We kijken nu wel even naar ervaring, maar we houden tegelijkertijd stevig vast aan het feit van onze mede-kruisiging met Christus. Wat God voor ons heeft gedaan en wat wij ervaren is onderscheidbaar, maar tegelijk onscheidbaar.
Welke houding nemen wij nu aan ten opzichte van dit door God volbrachte werk? Wij hoeven ons vlees niet te kruisigen, want dat heeft Hij al gedaan. Gelooft u dat dit waar is? Verlangt u ernaar dit te bezitten in uw leven? Deze combinatie van geloof en verlangen geeft ons de mogelijkheid om in samenwerking met de Heilige Geest de rijke ervaring ervan te verkrijgen.
Kolossenzen 3 maakt ons in vers 3 duidelijk dat we gestorven zijn en vermaant ons in vers 5 “doodt dan de leden die op aarde zijn“. In vers 3 gaat het om onze feitelijke positie in Christus, in vers 5 om onze eigen ervaring. Ons falen kan worden teruggevoerd op ons falende inzicht in het verschil tussen deze twee soorten dood. Sommigen proberen het vlees tot niets terug te brengen, waardoor het juist bij elke actie weer sterker wordt. Anderen hebben de Waarheid van hun kruisiging aanvaard maar zoeken niet de praktische verwerkelijking ervan in hun leven. Geen van beiden kan zich ooit de ervaring van de kruisiging van het vlees toe-eigenen.
Geen enkele mate van geloofsijver kan ooit de gewenste ervaring te weeg brengen. Het “doodt de leden” is afhankelijk van “gij zijt gestorven“. Wij zijn met Hem verbonden in de kruisiging, en Zijn kruisiging ruimt alles uit de weg wat het tegenkomt. Zijn dood en kruisiging zijn een volkomen zekerheid in onze geest. Zo kunnen we Zijn dood toepassen op elk lid dat verleid wordt tot begeerte en het onmiddellijk opruimen.
De kracht om dit ook echt te doen is door de Geest. “… indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven” (Rom.8:13). We mogen erop vertrouwen dat de Heilige Geest het feit van onze mede-kruisiging uitwerkt in ons ervaren en ons leven. De werkingen van het vlees zullen telkens weer de kop opsteken. Zonder voortdurend door de Geest gebruik te maken van de kracht van de dood van Christus zijn wij niet in staat te overwinnen. Door zo het kruis aan te wenden zal de zuigeling in Christus worden bevrijd van de kracht van het vlees en in opstandingsleven met de Heer Jezus verenigd zijn.
Vandaar ook dat wij moeten “wandelen door de Geest” en niet moeten “voldoen aan de begeerten van het vlees” (Gal.5:16). We moeten ook goed onthouden dat, hoe diep de Waarheid van het kruis ook doordringt in ons leven, we zodra we verslappen onmiddellijk terugvallen in ons vleselijke levenspatroon, ons “oude leven”. Dit is ook mooi te zien in de parallelle hoofdstukken 7 en 8 van de Romeinenbrief. Wanneer een gelovige niet door de Geest wandelt zoals Rom.8 aangeeft, valt hij onmiddellijk terug  in de ervaring zoals die in Rom.7 wordt beschreven. Wat we hier kunnen zien is het volgende. Ons leven in de Heilige Geest mag dan wel worden verdiept, dit zal de natuur van het vlees nooit veranderen.
Het bestaan van het vlees
We moeten ons goed realiseren dat het vlees blijft bestaan, ook al is het ineffectief gemaakt (“zijn kracht ontnomen“, Rom.6:6). Het zou echt een grote vergissing zijn om te denken dat het vlees verdelgd is en de zondige natuur helemaal vernietigd is. Dat is een valse leer die mensen op de verkeerde weg leidt. Mede-kruisiging roeit het vlees niet uit. De inwoning van de Heilige Geest maakt het niet onmogelijk om te wandelen naar het vlees. Zodra er ook maar één gelegenheid is zal het zich weer roeren.
We hebben al gezien dat ons lichaam en het vlees nauw verbonden zijn. Wij zijn uit vlees geboren en wat uit vlees geboren is, is vlees (Joh.3:6). Totdat we uit ons vleselijk lichaam worden verlost zal de zondige natuur van ons vlees zijn werkzaamheid blijven proberen uit te oefenen. Ons lichaam is nog niet verlost, maar wacht op verlossing bij de wederkomst van de Here Jezus (1Kor.15:22-23; 42-44; 51-56) en met name in Fil.3:20-21, waar we lezen: “wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen“. Zo ver is het echter nog niet, dus moeten we dagelijks op onze hoede zijn.
Paulus schrijft “Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees“. We hebben nog een lichaam, dus we wandelen in het vlees, maar door de kracht van het kruis, waar wij door de Geest deel aan hebben, wandelen wij niet meer náár het vlees! Wij wandelen naar de Geest (Rom.8:4). Fysiek wandelen we nog in het vlees, maar geestelijk hoeft dat niet meer en moeten we niet strijden naar het vlees. Zelfs Paulus geeft aan dat hij vatbaar blijft voor het strijden naar het vlees. Dan geldt die vatbaarheid ook voor ons. Het volbrachte werk aan het kruis moet voortdurend door de Heilige Geest worden toegepast op ons leven.
Dit punt verdient veel aandacht. Als een gelovige in de veronderstelling zou zij  dat hij helemaal geheiligd is en geen vlees meer heeft, zal hij vervallen in een leven van voorwendsels óf in een leven van vaagheid zonder waakzaamheid. Het is goed ons te realiseren dat het vlees altijd in ons aanwezig blijft. Dat blijkt ook uit “wat uit vlees geboren is, is vlees“. Ook al wordt een kindje geboren uit twee wedergeboren ouders, toch wordt het geboren in het vlees met een zondige natuur. De wedergeboren staat kan door de ouders niet worden doorgegeven omdat dit een individuele genadegave aan henzelf is, die zij niet van nature bezaten. Dat de zondige natuur wordt doorgegeven aan alle kinderen bewijst eens te meer dat deze permanent in ons aanwezig is.
Wij zullen dus in dit leven, ook al zijn we in Christus een nieuwe schepping, nooit de staat bereiken die Adam voor de zondeval had, omdat in elk geval ons lichaam nog verlossing verwacht (Rom.8:23). Ook de persoon in een nieuwe schepping blijft de zondige natuur in zich dragen, hij is immers nog in het vlees. Als de gelovige niet de leiding van de Heilige Geest volgt, zal hij onder de teugels van het vlees en dus van zijn zondige natuur zijn. Ondanks al deze waarheden moeten we ook weer oppassen dat we aan de door Christus vervulde verlossing zijn kracht niet ontnemen. Een illustratie: hout drijft. Het heeft geen neiging om te zinken, maar het is zeker niet onzinkbaar. Als het helemaal volgezogen is met water, zinkt het onherroepelijk naar de bodem. Op soortgelijke wijze heeft God ons in zoverre gered dat we geen neiging tot zondigen meer hebben, maar niet zozeer dat wij geen mogelijkheid tot zondigen meer zouden hebben. Als de gelovige zich op de zonde blijft richten bewijst dit dat hij uit het vlees handelt en zich de volle verlossing nog niet heeft eigen gemaakt. De Heer Jezus is in staat ons afkerig van de zonde te maken; maar daarbij moeten we, zoals gezegd, waakzaam zijn.
De inwoning van de Heilige Geest gecombineerd met de krachtige werking van de dood van Jezus Christus in ons, is de uitrusting van de gelovige tot een heilig leven. Die heilige wandel wordt mogelijk doordat de Geest de kracht van de dood van Jezus toedient aan ons vlees om de werkingen ervan te doden.
Een gelovige mag zich ervan bewust zijn dat zelfs in zijn heiligste uren momenten van zwakheid, slechte gedachten, etc. aanwezig zijn. Deze dingen zijn niet anders dan de werkingen van het vlees. Het is voor ons mogelijk niet langer onder de heerschappij van het vlees te leven, door ons lichaam dienstbaar te stellen als een offer voor de Heer (Rom.6:13). Als we onder de leiding van de Heilige Geest blijven dan zullen we niet struikelen, maar volhardende overwinning ervaren. Op die manier bevrijd wordt ons lichaam vrij om Gods werk te doen als een tempel van de Heilige Geest.
De weg om onze vrijheid te bewaren is dezelfde als die waarlangs wij haar voor het eerst ontvingen. “Ja” zeggen tegen God en “nee” tegen het vlees, de zonde. De gelovige moet zijn leven lang een bevestigende houding tegenover God en een afwijzing tegen het vlees blijven aannemen. Waken, bidden en misschien zelfs vasten, om te weten hoe onder de leiding van de Heilige Geest te blijven wandelen!
Jezus is voor ons gestorven en heeft ons vlees met Zichzelf geheel en al gekruisigd aan het kruis; de Heilige Geest woont in ons om in ons te verwerkelijken wat de Heer Jezus heeft bereikt. Als wij nu dan ook volharden in het leven door het vlees, dan is dat omdat wij dat willen, niet omdat wij zo moeten leven!
Er zijn gelovigen die leven in een aanhoudende overwinning over hun vlees. Dankzij de diepe werking van het kruis door het volhardend volgen van de Heilige Geest heeft het vlees in hen zijn kracht verloren. Zo’n overwinning is voor alle gelovigen te bereiken. Wat ons ontbreekt is niets anders de krachtige werking van de dood. We moeten dit benadrukken voordat we over leven spreken, want hoe kan er opstanding ten leven zijn vóór een voorafgaande dood? Zijn we ontvankelijk om het kruis van Christus op praktische wijze in ons leven te voorschijn te laten komen? Als dat zo is, dan moeten wij door de Heilige Geest alle slechte werkingen van het lichaam doden. “Indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven“.
Share Button